Decimale getallen optellen en aftrekken met plaatswaarde

Ongeveer 3 min

Houd eenheden, tienden en honderdsten op hun eigen plek. Extra nullen kunnen die plekken duidelijker maken zonder de waarde te veranderen.

Een lint is 0,6 meter lang en een ander lint 0,75 meter. Tel beide lengtes in dezelfde eenheid om ze bij elkaar op te tellen. Zes tienden zijn zestig honderdsten, dus schrijf 0,6 als 0,60. Beide lengtes gebruiken nu honderdsten.

Tel lengtes op zonder hun eenheden te verwisselen

Bereken 0,6 + 0,75 meter.

  1. Geef de lengtes dezelfde plaatswaarden

    0,6+0,75=0,60+0,750{,}6+0{,}75=0{,}60+0{,}75

    De nul voegt geen lengte toe. Hij laat zien dat het eerste lint zestig honderdsten lang is.

  2. Tel de honderdsten op

    60+75=135⇒0,60+0,75=1,3560+75=135\quad\Rightarrow\quad0{,}60+0{,}75=1{,}35

    Honderd honderdsten vormen één meter. Er blijven vijfendertig honderdsten over, dus het totaal is 1,35 meter.

  3. Gebruik dezelfde uitlijning bij aftrekken

    4,20−0,35=3,854{,}20-0{,}35=3{,}85

    Denk aan 420 honderdsten min 35 honderdsten. Het resultaat is 385 honderdsten, oftewel 3,85.

Zet de plaatsen onder elkaar, niet de laatste cijfers

Het decimaalteken geeft aan waar de eenheden eindigen. Zet de tekens in één kolom als je een som opschrijft. Zo blijven tienden bij tienden en honderdsten bij honderdsten. De tabel noemt elke plaats naar zijn waarde in meters.

In je hoofd kun je hetzelfde doen door één eenheid te kiezen. Tel bij 3,4 − 0,27 in honderdsten: 340 − 27 = 313. Het verschil is dus 3,13.

Meter10,10,01
0,60060
0,75075
1,35 in totaal135

Controleer de grootte van het antwoord

De twee linten samen moeten langer zijn dan elk lint apart. Ongeveer 0,6 + 0,8 is 1,4, dus 1,35 is een logisch totaal. Een resultaat zoals 0,135 zou veel te klein zijn.

Probeer het zelf

Werk een antwoord uit en leg je redenering uit. Bekijk daarna de uitleg.

Ga over een hele eenheid heen

0,85+0,70{,}85+0{,}7

Bereken de totale lengte. Kies een gezamenlijke eenheid als dat helpt.

Toon het antwoordVerberg het antwoord
1,551{,}55

Tel vijfentachtig honderdsten en zeventig honderdsten op. Je krijgt 155 honderdsten, oftewel 1,55.

Trek verschillende decimale lengtes af

3,4−0,273{,}4-0{,}27

Bereken hoeveel lengte overblijft. Leg uit waarom de decimale plaatsen onder elkaar blijven staan.

Toon het antwoordVerberg het antwoord
3,133{,}13

Bereken 3,40 − 0,27. Tel ter controle 0,27 weer op bij 3,13.

Een handig getal dicht bij een geheel

Tel bij 2,99 + 1,6 eerst 3 op en trek daarna 0,01 af. Je krijgt 4,59. Gebruik dit als het werk bespaart; gelijke plaatswaarden blijven ook werken als er geen handige verkorting is.

Probeer lengtes met andere decimale plaatsen

Kies optellen of aftrekken. Het spel wisselt het aantal decimale plaatsen af. Gebruik plaatswaarde en controleer daarna of de grootte van je antwoord bij de som past.

2 minuten oefenen · doorgaan na fouten · opent in een nieuw tabblad