Maak moeilijke vermenigvuldigingen makkelijker
Halveer het ene getal en verdubbel het andere. De getallen veranderen, maar de uitkomst blijft hetzelfde.
Neem 16 × 5. Vermenigvuldigen met 5 kost soms net wat meer tijd, maar vermenigvuldigen met 10 gaat vaak meteen. Halveer 16 tot 8, verdubbel 5 tot 10, en reken 8 × 10 = 80 uit. Dat werkt omdat je half zoveel groepen maakt, met in elke groep twee keer zoveel.
Dezelfde 24 stippen, maar handiger gerangschikt
Zes rijen van 4 stippen en drie rijen van 8 stippen bevatten allebei 24 stippen. Als je het aantal rijen halveert en het aantal stippen per rij verdubbelt, verandert het totaal niet.
6 × 4=3 × 8= 24
Zo reken je 16 × 5 uit je hoofd uit
Verander de vermenigvuldiging in 8 × 10, want die is makkelijker uit te rekenen.
-
Halveer 16
16 ÷ 2 = 8
Je hebt nu half zoveel groepen.
-
Verdubbel 5
5 × 2 = 10
Doe twee keer zoveel in elke groep, zodat het totaal hetzelfde blijft.
-
Reken de makkelijkere vermenigvuldiging uit
8 × 10 = 80
Acht groepen van 10 zijn samen evenveel als 16 groepen van 5.
Meer vermenigvuldigingen die je kunt vereenvoudigen
Begin met het halveren van het ene getal en het verdubbelen van het andere. Als geen van beide getallen mooi te halveren is, kun je soms iets anders doen: verdubbel één factor, reken uit, en halveer daarna de uitkomst.
14 × 5
= 70
7 × 5
= 35
16 × 25
= 400
Wanneer halveren en verdubbelen helpt
Gebruik deze aanpak als de nieuwe vermenigvuldiging voor jou makkelijker is dan de oorspronkelijke.
Gebruik dit als
- Eén getal is even, dus je kunt het halveren zonder een breuk te krijgen.
- Door het andere getal te verdubbelen ontstaat een bekend getal zoals 10, 20, 50 of 100.
- Je kunt dit nog een keer doen als het gehalveerde getal nog steeds even is.
Kies een andere aanpak als
- Beide getallen zijn oneven en door één ervan te verdubbelen ontstaat geen makkelijkere vermenigvuldiging.
- De nieuwe getallen zijn niet makkelijker te vermenigvuldigen dan de oorspronkelijke.
Probeer nu 18 × 5
18 × 5 = ?
Halveer 18 en verdubbel 5. Welke makkelijkere vermenigvuldiging krijg je dan?
Toon het antwoord Verberg het antwoord
De helft van 18 is 9, en dubbel 5 is 10. Dus 18 × 5 wordt 9 × 10 = 90.
Waar dit je tijd kan besparen
Deze aanpak helpt als hoeveelheden in gelijke groepen voorkomen en één getal mooi te halveren is.
Bereken een prijs
Acht artikelen van €2,50 kosten evenveel als vier paren van €5,00: 8 × €2,50 wordt 4 × €5,00 = €20.
Tel gelijke rijen
Zestien rijen met 5 stoelen hebben samen evenveel stoelen als acht rijen met 10: 16 × 5 wordt 8 × 10 = 80.
Probeer halveren en verdubbelen tijdens het spelen
Let op vermenigvuldigingen met 5, 25 of 50. Halveer het andere getal en verdubbel 5, 25 of 50 om een makkelijkere vermenigvuldiging te maken.
Vragen over verdubbelen en halveren
Waarom blijft de uitkomst hetzelfde bij verdubbelen en halveren?
Je maakt half zoveel groepen, maar doet in elke groep twee keer zoveel. Die twee veranderingen heffen elkaar op, dus het totaal blijft hetzelfde.
Kan ik meer dan één keer verdubbelen en halveren?
Ja. Bij 16 × 25 kun je eerst 8 × 50 gebruiken en daarna 4 × 100. Bij elke stap blijft de uitkomst hetzelfde, terwijl de vermenigvuldiging makkelijker wordt.
Kan ik dit ook gebruiken als beide getallen oneven zijn?
Soms wel. In plaats van eerst een getal te halveren, verdubbel je één getal, reken je de makkelijkere vermenigvuldiging uit, en halveer je daarna de uitkomst. Voor 7 × 5 reken je 7 × 10 = 70 uit en halveer je daarna 70 tot 35.