Grotere deelsommen zonder rest oplossen door te splitsen

Maak van één lastige deling twee kleinere sommen die je uit je hoofd kunt oplossen.

In deze les begin je met delingen zonder rest. Vermenigvuldig de deler met een makkelijk getal zoals 10, 20 of 30. Komt die uitkomst dicht in de buurt van het getal dat je wilt delen, trek die dan eraf, deel het kleinere deel dat overblijft en tel de twee antwoorden bij elkaar op.

Begin met een makkelijke vermenigvuldiging die in de buurt komt

Bij 156 ÷ 12 begin je met 12 × 10. Daarmee kom je op 120 en blijft er nog maar 36 over om op te lossen.

156 ÷ 12= ?
  1. 1
    Begin met 1012 × 10 = 120
  2. 2
    Kijk wat er overblijft156 − 120 = 36
  3. 3
    Verdeel wat overblijft36 ÷ 12 = 3
  4. 4
    Voeg de groepen samen10 + 3 = 13
156 ÷ 1213

Zo kies je een goed begingetal

Probeer eerst 10 groepen. Is het getal veel groter, probeer dan 20 of 30 groepen. Kies een makkelijke vermenigvuldiging die dichtbij komt zonder over het getal heen te gaan dat je deelt.

  1. Vermenigvuldig met 10, 20 of 30

    12 × 10 = 120

    Bij 156 ÷ 12 zijn tien groepen van 12 samen 120. Je kent nu de eerste 10 groepen al.

  2. Trek af om te zien wat overblijft

    156 − 120 = 36

    Het verschil laat precies zien hoeveel je nog moet delen.

  3. Deel het kleinere restdeel

    36 ÷ 12 = 3

    De overgebleven deling is klein genoeg om meteen te zien: 12 × 3 = 36. Tel die 3 groepen op bij de eerste 10.

Zo los je 84 ÷ 7 op

Splits 84 in 70 en 14, want beide getallen zijn makkelijk te delen door 7.

  1. Deel het eerste deel

    70 ÷ 7 = 10

    In 70 zitten tien groepen van 7.

  2. Deel het tweede deel

    14 ÷ 7 = 2

    In 14 zitten nog twee groepen van 7.

  3. Tel de twee antwoorden op

    10 + 2 = 12

    Samen zijn dat twaalf groepen, dus 84 ÷ 7 = 12.

Kies delen die bij de som passen

Er is meer dan één handige manier om te splitsen. Zoek een groot veelvoud dat je kent en deel daarna het kleinere deel dat overblijft.

96 ÷ 8

80 ÷ 8 = 10 en 16 ÷ 8 = 2

10 + 2 = 12

132 ÷ 11

110 ÷ 11 = 10 en 22 ÷ 11 = 2

10 + 2 = 12

144 ÷ 12

120 ÷ 12 = 10 en 24 ÷ 12 = 2

10 + 2 = 12

Probeer nu 91 ÷ 7

91 ÷ 7 = ?

Probeer 91 te splitsen in 70 en 21.

Toon het antwoord Verberg het antwoord
13

70 ÷ 7 = 10 en 21 ÷ 7 = 3. Tel de antwoorden op: 10 + 3 = 13.

Wanneer splitsen extra handig is

Gebruik deze strategie als de hele deling te groot voelt, maar je er wel kleinere veelvouden van de deler in herkent.

Het antwoord is groter dan je tafels

Misschien weet je 13 × 12 niet meteen, maar je kunt het wel opbouwen uit 10 × 12 en 3 × 12.

Je wilt rekenen zonder papier

Elke kleine uitkomst is makkelijk te onthouden terwijl je het volgende deel uitrekent.

Een andere splitsing voelt makkelijker

Bij 96 ÷ 8 werken zowel 80 + 16 als 48 + 48. Kies de aanpak die voor jou het duidelijkst is.

Oefen de basis die splitsen sneller maakt

Oefen met een deler tot je bekende veelvouden snel herkent. Gebruik die veelvouden daarna als bouwstenen voor grotere delingen.

Vragen over deelsommen opsplitsen

Hoe kies ik het eerste deel?

Begin met tien groepen van de deler als dat past. Bij delen door 12 zijn tien groepen samen 120. Bij delen door 7 zijn tien groepen samen 70. Kijk daarna wat er overblijft.

Moet ik het getal altijd op dezelfde manier splitsen?

Nee. Een handige splitsing is een splitsing die delen oplevert die je met vertrouwen kunt uitrekenen. Verschillende manieren kunnen tot hetzelfde antwoord leiden.

Wat als het getal niet precies deelbaar is?

Gebruik handige delen om alle volledige groepen te vinden en kijk daarna wat er overblijft. Deze les begint met delingen zonder rest, zodat je je kunt richten op de strategie van het splitsen.